
Ontdek de beroepen van de vorige eeuw met in de Straat van de Oude Ambachten de levensgrote winkeltjes van de tuigmaker, schoenmaker, kruidenier, tuigmaker, ijzerhandel, de oliespers… Sommige komen weer tot leven en langs een pad kun je de gieter, houtdraaier, muntmaker, touwmaker of smid ontmoeten.
Deze echte gepassioneerden zullen hun vakmanschap en passie graag overdragen en je de oude handelingen laten zien zoals ze rond 1900 werden uitgevoerd.
Met precieze handelingen, onder zijn messen, gutsen, beitels en schrapers, komt het hout weer tot leven en wordt het een tol, tot groot plezier van de kinderen.
Borden, glazen en bestek werden vroeger door zijn handen gedraaid en in de dorpen verkocht via rondreizende handelaren…
Hij was de ziel van een dorp, beschouwd als de meester van het vuur.
In zijn ietwat donkere werkplaats, met een karakteristieke geur, transformeert het ijzer onder de hamerslagen op het aambeeld.
Dankzij zijn vele talenten was hij ook hoefsmid; hij bereidde de wielringen voor de wagenmaker of ringen voor de kuiper en repareerde ploegscharen en ploegijzers voor de boeren…
Bekend sinds de oudheid, maakt gieterij deel uit van de eerste beroepen van de mens, minstens 3.000 jaar voor Christus.
Het gieten is een fundamentele handeling bij het vormen van metalen.
Hier wordt een tinstaaf, eenmaal gesmolten in zijn mal, een figuurtje… Onze grootouders noemden ze vroeger “tinnetjes” of “tin-soldaatjes”.
Uitgevonden in de 7e eeuw voor Christus, werd geld gemaakt van een edelmetaal en diende het als ruilmiddel.
Tot aan de industriële revolutie werd het handmatig geslagen.
Gewapend met zijn stempel, hamer en gereedschapsset, slaat hij de munt die dan verandert in een echt geldstuk.
Het beroep van touwmaker verschijnt al in de Middeleeuwen, maar recente ontdekkingen laten ons vermoeden dat men in de tijd van de Neanderthalers al touw kon maken.
Gewapend met zijn vierkant, spinnewiel en spoel zal de touwmaker je inwijden in het maken van een touw van natuurlijke vezels zoals hennep, sisal of jute.
Aan het begin van de 20e eeuw maakte leer deel uit van het dagelijks leven. Schoenmakers, zadelmakers en tuigmakers vervaardigden schoenen, tuig en gebruiksvoorwerpen met de hand, met een vakmanschap dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Het leer, plantaardig gelooid met eikenschors, werd met precisie en geduld bewerkt.
In de werkplaatsen vermengde de geur van leer zich met het geluid van de hamer op het aambeeld. Een eenvoudige maar essentiële wereld, weerspiegeling van een tijd waarin de ambachtsman een centrale plaats innam in het dorpsleven.
Aan het begin van de 20e eeuw speelde de pottenbakker een essentiële rol in het plattelandsleven.
Als ambachtsman van de aarde temde hij de klei uit de nabijgelegen groeves en vervaardigde hij met de hand alledaagse voorwerpen: kruiken, potten, schalen en potten, onmisbaar voor het bewaren van voedsel en het koken.
De pottenbakker maakte niet alleen, hij repareerde, innoveerde, decoreerde… en droeg zijn kennis over. Dit eeuwenoude vakmanschap werd vaak van vader op zoon doorgegeven, met respect voor de handelingen van vroeger.